In deze blog vertelt Judith van Valkenhoef over haar ervaringen als wetenschappelijk onderzoeker bij de Politieacademie.

4 augustus 2020

Op mijn 17de werd ik afgewezen voor de opleiding tot politiekundige aan de Politieacademie. Dat was even slikken, zeker omdat ik van jongs af aan al de wens had een bijdrage te leveren aan een veiliger Nederland. En waar kan dat beter dan bij de Politie? Inmiddels durf ik mijzelf gelukkig te prijzen dat ik destijds niet ben toegelaten, want na de masteropleidingen Forensische Criminologie en Bestuurskunde én het opdoen van  onderzoekservaring bij onderzoekbureau Lokale Zaken, kreeg ik in 2016 de kans om als onderzoeker bij de Politieacademie aan de slag te gaan.  De veelzijdige en maatschappelijke functie sluit perfect aan bij mijn capaciteiten en interesses.

De Politieacademie is het onderwijs-, kennis en onderzoeksinstituut voor de Nationale Politie. Het opleidingsaanbod varieert van basisopleidingen op mbo-, bachelor- en masterniveau tot een verscheidenheid aan specialistische vervolgopleidingen. Naast de hbo-masters ‘tactisch leidinggeven’ en ‘recherchekunde’ biedt de Politieacademie de unieke WO-master ‘Master of Science in Policing’ aan. Ook voert de Politieacademie, naast het klaarstomen van agenten, in samenwerking met (internationale) kennis-en onderzoeksinstellingen, praktijkgericht onderzoek uit om nieuwe kennis en inzichten op te doen voor politieonderwijs- en praktijk. De afdeling kennis en onderzoek, bestaande uit een team van lectoren en onderzoekers, voert onderzoeken uit die passen binnen de strategische onderzoeksagenda voor de politie.  Die agenda baseert de Politieacademie op de (onderzoeks-)behoefte van met name politie maar ook politieonderwijs, OM en openbaar bestuur. Binnen die agenda heb ik op meerdere terreinen onderzoek gedaan. Zo heb ik (mee)gewerkt aan onder meer onderzoek naar het interne functioneren van basisteams binnen de Nationale Politie en drugscriminaliteit in Nederland. Ook de werkzaamheden zijn divers; naast mijn onderzoek begeleid ik studenten bij opdrachten en scripties, verzorg ik colleges bij diverse politieopleidingen en geef ik  presentaties over mijn onderzoeken in binnen- en buitenland; bijvoorbeeld aan drugsonderzoekers bij de Verenigde Naties of aan politiemensen in basisteams. De onderzoeksactiviteiten dragen bij aan het opbouwen van kennis over en voor de politiepraktijk.

Sinds mijn eerste stageopdracht bij Lokale Zaken, waarin we een ondermijningsbeeld voor een provincie opstelden, heeft vooral drugscriminaliteit mijn fascinatie. We tekenden praktijkkennis van politiemensen, gemeenteambtenaren en belastingmedewerkers over (de maatschappelijke effecten van) georganiseerde criminaliteit op. Denk aan signalen over wijkkoningen die met drugshandel de buurt domineren, corrupte havenmedewerkers die drugscriminelen faciliteren in de invoer van cocaïne tot aan pandjesbazen die met drugsgeld een vastgoedportefeuille hebben opgebouwd en daarin kwetsbare groepen huisvesten. In dezelfde periode werd in de ‘rustige’ nieuwbouwwijk waar ik ben opgegroeid de zoon van onze voormalig schoonmaakster doodgeschoten achter zijn ouderlijk huis. Het bleek een criminele afrekening verbonden aan de Amsterdamse cocaïnehandel. Wat bij mij onmiddellijk de vraag opriep hoe ik al die tijd signalen hierover gemist kon hebben? Om het maar met Cruijffiaans uit te drukken; “je gaat het pas zien als je het doorhebt”.

Ons land vervult als logistiek knooppunt een belangrijke rol in de internationale drugshandel. Nederland is een belangrijk invoerland voor cocaïne uit Zuid-Amerika, een distributiepunt voor heroïne en een belangrijk productieland voor cannabis, mdma (xtc) en amfetamine en sinds kort ook voor metamfetamine. Deze mondiale hoofdrol danken de Nederlandse drugscriminelen aan drie met elkaar verbonden omstandigheden: de goede prijs-kwaliteitsverhouding van Nederlandse drugs, de lage of bescheiden pakkans voor de kopstukken en de relatief lage Nederlandse strafmaat, zeker in vergelijking met de draconische straffen in bijvoorbeeld Australië, China of Indonesië. Bovendien beschikt Nederland over een uitstekende infrastructuur, zowel fysiek, digitaal als financieel. De drugsproductie- en handel heeft allerhande negatieve effecten en stelt Nederlandse samenleving voor forse uitdagingen. Het is een miljardenbusiness, die een schaduweconomie vormt met grote aantrekkingskracht.

Ik ben nu begonnen met een promotie-traject. Mijn proefschrift gaat over financiële- en distributiestromen op de synthetische drugsmarkt, waarin ik de traditionele offline drugsmarkt vergelijk met de online drugsmarkt. Nederland is een bronland voor allerhande synthetische drugs. Echter is weinig bekend over de internationale exportstromen van drugs en wat Nederlandse drugscriminelen verdienen aan deze lucratieve business. Met mijn studie beoog ik meer inzicht te bieden in de synthetisch drugsmarkt en hoop ik een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke en wetenschappelijke debat over de aanpak van drugscriminaliteit Nederland en daarmee een veiliger Nederland.

Meer informatie over onderzoek van de Politieacademie kan je vinden via https://www.politieacademie.nl/kennisenonderzoek/Onderzoek/Pages/Onderzoek.aspx

©2015-2020 Het CNN - Info@hetcnn.nl

Log in with your credentials

Forgot your details?